Dit concert is geannuleerd. Reden hiervan is het dringend advies van het kabinet om vanwege het Coronavirus evenementen met 100+ bezoekers af te gelasten. We betreuren de situatie, maar staan achter de maatregel. De volksgezondheid gaat boven alles. Het concert wordt vooralsnog doorgeschoven naar voorjaar 2021.
Degenen die al kaartjes hebben gekocht en betaald, zullen dit gerestitueerd krijgen door de penningmeester.

Het concert staat in het teken van de Contrabas met twee concerten voor contrabas met solist James Oesi. Het concert zal verplaatst worden naar maart 2021 in De Duif, Prinsengracht 756 in Amsterdam om 20.15 uur.

Programma:
Giuseppe Verdi – Ouverture La Traviata
Giovanni Bottesini (bew. Ludwin) – 2e Contrabasconcert in B mineur- solist James Oesi
Franz Schubert – Ouvertüre in C gr. D591, op.170 in Italienischer Stil
Luigi Cherubini – Ouverture Medea
Nino Rota – Divertimento Concertante voor orkest en contrabas – solist James Oesi

“Als je een man hebt als James Oesi, dan weet je dat ie er staat, dat het klinkt en dat de contrabas een solisteninstrument is.” Hans Haffmans, presentator NPO Radio 4.

“Ik zag een jonge muzikant met een ongewone intelligentie en inzicht, duidelijk voorbestemd om, met de juiste ondersteuning, aan de muziekwereld niet alleen als uitvoerend artiest maar ook als creatieve kracht een bijdrage te leveren.” Geoffrey Simon, veelgeprezen dirigent en muziekproducer, oprichter van Cala Records.

Contrabassist James Oesi (London, 1988) is sinds zijn komst in 2009 naar Nederland een bekend gezicht in de klassieke en moderne muziekwereld. We zijn dan ook in onze nopjes dat hij met ons orkest gaat soleren!

Hieronder volgt een toelichting op het programma: 

Divertimento Concertante voor contrabas – Nino Rota
Nino Rota (1911-1979) was een Italiaanse componist, voornamelijk bekend van de filmmuziek voor de The Godfather-trilogie en de films van Federico Fellini.

Nino Rota stond met één been in de romantiek en met het andere beroerde hij elke stijl die hem maar beviel. Hierdoor schakelde hij probleemloos tussen filmmuziek (o.a. muziek voor La Strada, La Dolce Vita en The Godfather), lichte en klassieke muziek.
Hij werd geboren in een muzikale familie en was een wonderkind: vanaf zijn elfde componeerde hij al en later werd hij een begenadigd contrabassist.
De laatste dertig jaar van zijn leven was hij tevens directeur van het conservatorium van Bari.

Het Divertimento Concertante voor contrabas schreef Rota voor de legendarische bassist en collega Franco Petracchi. Het Divertimento bestaat uit vier delen: Allegro, Marcia, Aria en Finale. Het stuk behoort tot een van de belangrijkste 20e-eeuwse solo-composities in het repertoire van elke contrabassist.

2e Contrabas concert in B mineur – L. Bottesini
De Italiaanse componist Giovanni Bottesini (1821-1889) – eveneens een virtuoos op de contrabas schreef het 2e Contrabas concert in B mineur oorspronkelijk voor strijkorkest en solist. Norman Ludwin bewerkte dit concert voor groter orkest, uitgebreid met blazers. Ludwin is zelf professioneel contrabassist en heeft verschillende boeken over compositie en orkestratie geschreven. Tevens heeft hij meegewerkt als muziekarrangeur bij recente films als Jurassic World, Star Trek into Darkness en John Carter.

Eeuwenlang was de contrabas vooral een begeleidingsinstrument. Slechts een enkeling waagde het om de laagste stem onder de strijkinstrumenten als solist in te zetten. Zo iemand was Giovanni Bottesini, die in de negentiende eeuw met vele werken bewees dat de contrabas in de juiste handen een uitstekend solo-instrument kon zijn. Inmiddels is de contrabas met zijn enorme bereik en zijn karakter dat varieert van paljas tot charmeur en van acrobaat tot melancholicus aan een tweede leven begonnen en wordt het instrument steeds meer erkent als solo-instrument. Hoewel er veel nieuw werk geschreven wordt, zijn de lyrische contrabas concerten van Bottesini nog steeds standaardrepertoire voor elke contra-bassist.

Om in de Italiaanse stijl te blijven drie Ouvertures: resp. Verdi, Schubert en Cherubini.

Verdi – Ouverture La Traviata

Veel operaliefhebbers menen dat La traviata Verdi’s grootste opera is. Het muziekdrama uit 3 bedrijven beleefde haar premiere in 1853 te Venetië. De opera is gebaseerd op het boek La dame aux camélias van Alexander Dumas. Het eenvoudige verhaal vertelt ons van een onmogelijke liefde tussen een jonge man van adel, Alfredo, en de lichtzinnige en aan tbc lijdende Violetta. De vader van Alfredo wijst zijn zoon op de morele en religieuze gronden en keurt de relatie met het losbandige meisje af. Sterker nog: hij probeert het paar uiteen te drijven. Het gevolg is dat Violetta heen en weer geslingerd wordt (La traviata betekent ‘De dolende). In een ontroerend duet vraagt de vader aan Violetta zijn zoon met rust te laten. Vlak voor haar dood worden de geliefden echter herenigd. Het beroemde dronkemanslied en het liefdesduet tussen Alfedo en Voletta zijn onvergetelijk.

Franz Schubert – Ouvertüre im italienischen Stil in C-Dur

Nadat Schubert een uitvoering van Rossini’s opera ‘Tancredi’ had bijgewoond, wiens ouverture door al zijn vrienden uitermate werd bejubeld, had Schubert de handdoek in de ring gegooid en gezegd dat hij een dergelijke ouverture in dezelfde stijl in minder tijd zou kunnen componeren.
Zijn vrienden hielden hem aan zijn woord en beloofden hem een goed glas wijn als hij daarin slaagde. De Ouverture in C groot is daar het resultaat van.
Helaas kreeg Schubert tijdens zijn leven niet de waardering en het succes van Rossini, die met zijn opera’s Wenen en zelfs heel Europa veroverde.

Luigi Cherubini – Ouverture Medea
Ze is een van de meest indrukwekkende en vreemd fascinerende figuren in de Griekse mythologie. Medea, begaafd met magische krachten, vermoordt haar broer om Jason te helpen de meest waardevolle schat van het Gulden Vlies te stelen. Ze trouwt met Jason die haar vervolgens ontrouw is. Als Medea hiervan lucht krijgt, doodt zij uit wraak hun kinderen.

Het is een zeker voor die tijd ongehoorde horrorcompilatie van moord en wraak. Formeel is het een opéra comique: dat wil zeggen, dat er oorspronkelijk sprake is van gesproken en niet van gezongen dialogen tussen de georkestreerde gedeelten. Qua inhoud is de opera zeker niet komisch maar juist hoogst dramatisch.

Het Parijse première-publiek in 1797 waardeerde het matig, na 20 voorstellingen hielden ze het voor lange tijd gezien. Een succes werd het met name in Duitsland. Beethoven, Schumann, von Webern en Brahms spraken zeer lovend over deze opera.

In de 20e eeuw had Maria Callas de Italiaanse versie (Medea) van deze opera op haar repertoire. Dit maakte een groter publiek bewust van de grote kwaliteiten van deze opera.