Op zaterdagavond 18 mei 2019 om 20.15 in het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum maken we een een muzikale reis door de Scandinavische landen. We beginnen met  de 19e-eeuwse Noorse componist Johan Svendsen, gevolgd door Finlands bekendste componist Jean Sibelius.  Beide componisten zijn sterk beïnvloed door de prachtige verstilde natuur van hun land.

Programma:

– J.S.Svendsen – Ouverture ‘Zorahayda’ , opus 11
–  J. Sibelius – Suite Pelléas et Mélisande op.46
– J.S.Svendsen – 2e Symfonie

Johan Svendsen (1840-1911) leerde muziekmaken van zijn vader. Op 11-jarige leeftijd schreef hij zijn eerste compositie voor viool. Op 15-jarige leeftijd ging hij in militaire dienst en speelde al spoedig in een militaire kapel. Daarnaast speelde hij ook in dansorkesten en in het orkest van het theater in Kristiania (nu Oslo). De algemene situatie, in het bijzonder de culturele armoede in Kristiania in de jaren vijftig en zestig van de 19e eeuw, bood hem geen mogelijkheden voor een verdere muzikale ontwikkeling. Ook een concertreis in 1862 bracht daar weinig verandering in. Met een studiebeurs van de Noorse koning Karel kon hij van 1863 tot 1867 in Leipzig studeren aan het Koninklijk Conservatorium, eerst viool, later compositie. Door een aandoening aan zijn linkerhand moest hij de viool opgeven, en werd uit nood geboren dirigent.

In Parijs had hij een Joods-Amerikaanse erfgename, Sara Levett, leren kennen, met wie hij in 1871 in New York trouwde. Na korte tijd trad Sara toe tot het christendom, waarbij zij de doopnaam Bergljot Svendsen aannam. Bij deze gebeurtenis waren Richard Wagner en Cosima Wagner de peetoom en -tante. Met haar keerde Svendsen terug naar Kristiania (Oslo). Het muziekleven in Noorwegen frustreerde hem meer dan dat het stimuleerde, ondanks een toelage van de Noorse regering. In 1883 werd hij dirigent van de Koninklijke Opera in Kopenhagen, een positie die hij combineerde met gastdirecties bij alle grote Europese orkesten, vaak met eigen werken. Dirigeren betekende het einde van de componist Svendsen: na zijn veertigste kwam er geen werk van betekenis meer uit zijn pen.

Zijn compositie Zorahayda – Een legende voor orkest, opus 11 – is een eenvoudig, maar gevoelig verhaal dat de legende van de “eeuwige Jood”, verhaalt: de legendarische Wandelende Jood die Jezus op weg naar Golgotha hard zou hebben aangepakt, waarop hij ertoe werd veroordeeld om tot de Dag des Oordeels rusteloos over de wereld te zwerven.

Zijn 2e Symfonie schreef hij in zijn nog gelukkige tijd met Sara. Later veranderde hun relatie, mede door zijn buitenechtelijke uitstapjes. Haar jaloezie en woede hierover uitte zij toen hij zijn 3e symfonie had voltooid: zij gooide uit pure frustratie de partituur in het vuur. Na deze desastreuze gebeurtenis was Svendsen een gebroken man. Een kleine tien jaar componeerde hij niet meer. Deze dramatische gebeurtenis deed het huwelijk geen goed. In 1884 gingen hij en zijn echtgenote uit elkaar. Sarah Levett verhuisde naar Parijs. Nadat de scheiding van zijn eerste vrouw in 1901 definitief was geworden, trouwde hij datzelfde jaar met Juliette Haase, met wie hij reeds lang samenleefde en met wie hij drie kinderen had. Tijdens zijn studietijd in Leipzig was Svendsen reeds vader geworden van een buitenechtelijk kind, Johann Richard Rudolph.

Suite Pelleas et Melisande –  Jean Sibelius (1865-1957)
Het waren geen kleine jongens die zich muzikaal bezig hebben gehouden met het symbolistische toneelstuk Pelléas en Mélisande van de Belgische dichter en toneelschrijver Maurice Maeterlinck (1862 – 1949). Debussy schreef er een opera over, Schönberg een symfonisch gedicht, Fauré toneelmuziek en een orkestsuite, en de Finse componist Jean Sibelius schreef er toneelmuziek en later een orkestsuite bij. De versie van Sibelius is waarschijnlijk de meest populaire en meest toegankelijke voor het grote publiek.

De suite bestaat uit 9 delen en duurt ongeveer 20 minuten. Het toneeldrama speelt zich af in de Middeleeuwen.
Het 1e deel verhaalt over de jagende prins Goloud, die aan de rand van een bron in een donker bos een bijzonder mooi meisje ontmoet, Mélisande genaamd.
In het volgende deel hoor je hoe Melisande – vertolkt door de Engelse hoorn – aan Goloud vertelt dat haar kroon in het water is gevallen. De prins wordt verliefd op het meisje met het goudblonde haar.
Deel 3 ‘ De Kust’ verbeeldt de omgeving van de geliefden. Zes maanden later zijn zij getrouwd, zonder dat de prins iets van het vreemde meisje afweet.
Het 4e deel ‘Lente in het park’ is een walsje met diepe strijkersklanken. Als het jonge paar aankomt bij het kasteel van koning Arkel, de vader van Goloud, voelt Pelléas, de stiefbroer van Goloud zich onmiddellijk aangetrokken tot Mélisande.
In het 5e deel ‘ Drie blinde zusters’ zitten Pelléas en Mélisande bij de fontein en Melisande gooit haar trouwring in de vijver: een solo van de Engelse hoorn wordt beantwoord door het volledige orkest.
De ‘Pastorale’ volgt met bijzondere aandacht voor de houtblazers en strijkers. Het klinkt bijna als kamermuziek.
Het 7e deel ‘Mélisande aan het spinnewiel’ klinkt als een zoemende orkestklank.
Het volgende deel ‘Entr’acte ‘ is heel levendig en verbeeldt het laatste rendez-vous van de geliefden verbeeldt. Als Goulod merkt dat hij bedrogen wordt, doodt hij zijn broer en verwondt Mélisande.
In de mooie en trieste finale sterft zij uiteindelijk aan haar verwonding.