Klassieke Zomeravond: het Naardens Kamerorkest op zaterdagavond 29 september, 20.15 uur in de Grote Kerk Muiden.

Bijzonder concert onder leiding van Jeppe Moulijn met solo optredens door eigen orkestleden! ​Een klein uurtje muziek zonder pauze en gelegenheid tot een drankje, hapje en gesprek met de musici na afloop.

Kaartjes bestellen, inclusief programmaboekje.
– Volwassen € 15,-
– Kinderen tm 12 jaar € 7,50

Programma:
Mozart – Ouvertüre La Clemenza di Tito
Salieri – Fluit/Hoboconcert in C (1774) – Thecla Hekker, fluit en André Beens, hobo; deel 1 en 3
Spohr – Nonet deel 3 en 4 voor blazers en solostrijkers
Mendelssohn – 2e Konzertstück  – Petra Wals, klarinet en Tanja van de Ketterij, fagot
Saint-Saëns – Romance voor hoorn en orkest – Richard van Hoorn, hoorn
Rossini – Ouverture Barbier van Sevilla

Zaterdag 29 september, 20.15 uur in de Grote Kerk te Muiden

Mozart – Ouverture La Clemenza di Tito
La Clemenza di Tito speelt zich af in Rome in het jaar 79. Vitellia, dochter van keizer Vitellius die een aantal jaren geleden opzij is gezet, hoopt toch de troon te bereiken door keizer Titus te verleiden. Maar Titus heeft een oogje op Berenice. De beste vriend van Titus, Sextus, heeft daarentegen gevoelens voor Vitellia. Genoeg stof voor een verhaal over vriendschap, macht, wraak en genade, waar Mozart muzikaal wel raad mee wist!

Het is de laatste opera die Mozart heeft geschreven. Hij kreeg de opdracht in augustus 1791 en de opera moest al 6 september klaar zijn. Op die dag begonnen immers de feestelijkheden rond de kroning van Leopold II tot koning van Bohemen. Dus hij had maar één maand om de opera te schrijven! Bovendien werkte hij in die tijd ook aan zijn opera Die Zauberflöte en aan het begin van zijn Requiem. Mozart was uitgeput en voelde zich al erg ziek: hij zou het einde van dat jaar niet meer halen…..

Desondanks heeft hij in korte tijd een prachtige opera neergezet met veel romantiek en drama. De ouverture is een prachtig begin van dit alles.

Salieri – Fluit/Hoboconcert in C – deel 1 en 3
Solisten: Thecla Hekker, fluit en André Beens, hobo

De keuze voor dit concert was een simpele; de hoboïst André had het in zijn jeugd al eens gespeeld. Hij speelde het toen tussen de schuifdeuren met een fluitvriendje en een pianovriendje,  13 of 14 jaar oud, met applaus van glunderende ouders – wat  doen die jongens dat nou toch weer leuk; geen rottigheid en wel leuk muziek maken- wat wil je nog meer? En nu mag hij het vele jaren later nog een keer doen met een echt orkest, en een echt publiek!
Fluit en hobo zitten naast elkaar in het orkest en klinken in orkestwerken goed samen. Het is een gebruikelijke combinatie, ook als duo en in blaaskwintetten. Hoewel het alle twee een blaasinstrument is, is hun timbre totaal verschillend. Vooral omdat de hobo via een dubbelriet aangeblazen wordt, terwijl bij de fluit de meeste lucht óver het instrument heen wordt geblazen.

Over het stuk: trefwoorden zijn: speelvreugde, twee karakters, sprankelend, stevig neerzetten, maar ook fris spelen, effecten, echo’s, opera-achtig en brutaal.
We hebben het veel samen doorgenomen en ook geluisterd naar verschillende uitvoeringen op YouTube. Ook apart met dirigent Jeppe Moulijn gerepeteerd zonder orkest.
Er is gekozen voor de twee snelle delen, deel 1 en 3, vanwege de tijdsduur. Het orkest heeft een eigen rol welke onder meer blijkt uit een lange inleiding in deel 1. Waarna fluit en hobo elkaar afwisselen in een soort gesprek, met echootjes over en weer. De cadens –overigens niet van Salieri- aan het einde van het eerste deel geeft ons de kans om in 23 maten even samen uit te pakken. Het laatste deel heeft halverwege een afwisselend stukje in c-klein waarbij de hobo in snelle 32sten het voortouw neemt en de fluit antwoordt. Een dergelijk vraag- en antwoordspel keert een aantal maten later terug in a-klein. Weer met de hobo als aangever.
Waar dit deel begint met een fluitsolo eindigt het met de hobo, die eerst door het gehele orkest begeleid wordt en later in samenspraak met de fluit de altviolen beantwoord. Met een spetterende finale!

Nonet van Spohr voor blazers en solostrijkers
Inmiddels zijn 9 musici uit het orkest druk met elkaar aan het repeteren! Tijdens die repetities worden niet de noten gestudeerd (dat doet iedereen zelf thuis), maar wordt er vooral gewerkt aan het samenspel. Alle spelers moeten eigenlijk elkaars partij goed kennen, om elkaar de ruimte te geven waar dat nodig is. Dat vergt veel concentratie en muziekkennis. De keuze gevallen op het Nonet van Spohr, deel 3 en 4: práchtige muziek! Spelers: Nicole de Wit-Verdegem,viool-Ben Jolink, altviool-Evelien van Hoolwerff, cello-Marion Schopman-contrabas-Fred Willems,hobo-Roel de Vrijer, klarinet-Liesbeth van Elburg, fluit-Sebastiaan de Groot, hoorn-Bertine Westland, fagot

Mendelssohn – 2e Konzertstück
Solisten: Petra Wals, klarinet en Tanja van de Ketterij, fagot

Hoe zijn jullie tot de keuze van dit stuk gekomen?
Het Konzertstück nr 2 is oorspronkelijk gecomponeerd voor klarinet en bassethoorn. De bassethoorn is geen hoorn maar het is een klarinet die lager klinkt dan de gewone klarinet. De bassethoorn wordt vandaag de dag niet meer zo vaak gespeeld. Dit verklaart waarschijnlijk waarom de partij van de bassethoorn bewerkt is voor fagot. Zo kunnen veel meer mensen dit werk uitvoeren.

Waarom deze componist?
Het Konzertstück heeft de typisch ‘Schwung’ en elegantie van Mendelssohn die het zo prettig maken om dit stuk te spelen. Volgens de overlevering heeft Mendelssohn het stuk in zeer korte tijd gecomponeerd op verzoek van een bevriende klarinettist. Mendelssohn beschouwde het zeker niet als een meesterwerk. Toch heeft het werk in onze ogen onmiskenbaar het handschrift Mendelssohn.

Is de combinatie van jullie solo instrumenten gebruikelijk?
Een combinatie van fagot en klarinet als solo instrumenten kom je bijna niet tegen in de orkestliteratuur. Maar in romantische symfonieën spelen klarinet en fagot wel heel vaak (unisono) samen één melodie. Dit kun je goed horen bij bijvoorbeeld de componisten Schubert en Brahms.
In de kamermuziek is de combinatie van klarinet en fagot als solo instrument veel gebruikelijker. Zeer bekend in dit genre is bijvoorbeeld het duo voor fagot en klarinet dat Beethoven schreef. Daarnaast zijn er ook verschillende trio’s voor deze combinatie gecomponeerd zoals het trio van Glinka voor klarinet, fagot en piano.

Zijn de timbres van jullie instrumenten hetzelfde of representeren ze een verschillend karakter?
De klarinet en de fagot zijn dikke vrienden, ze kunnen goed met elkaar overweg en zitten niet voor niets naast elkaar in het orkest al zijn ze heel verschillend van aard en timbre. De klarinet kan bijvoorbeeld heel zacht spelen, iets waar de fagot niet aan kan tippen. Daarentegen is de fagot de klarinet de baas wanneer het aankomt op korte scherpe noten spelen (staccato). Nu eens dagen ze elkaar uit en dan weer willen ze elkaar imiteren om zoveel mogelijk op te gaan in elkaars klank.

Komt dat ook tot uiting in dit stuk? Hoe en waar?
In deel 1 en 3 zijn duidelijk het imiteren en het uitdagen te horen. In het langzame middendeel komt de klankkleur van de afzonderlijke instrumenten goed tot zijn recht.

Hoe bereiden jullie je voor op dit concert?
Onze voorbereiding kent drie verschillende activiteiten:
Zelfstudie van de eigen partij
Samenspel oefenen met hulp van een pianist die dan de orkestpartij voor zijn rekening neemt.
Coaching door klarinettist Bart de Kater om de puntjes op de i te zetten.

Spelen jullie vaker met elkaar?
Buiten het orkest spelen we af en toe met elkaar in kamermuziek ensembles, vaak met piano erbij.

Heb je een tip voor de luisteraar waar hij/zij op moet letten?
Het is boeiend om te luisteren hoe de klarinet en de fagot elkaar uitdagen, waar zij elkaar achter na zitten en hoe de toon van de klarinet en de fagot variëren in het lage en het hoge register.

Mendelssohn hield ook van lekker eten. Dat bleek uit dit ‘Knoedel en Kaasstrudel’ muziekstuk. Hij schreef het nl. in de tijd dat vrienden van hem ondertussen bij hem thuis dit favoriete gerecht van hem klaarmaakten. Hij zette hen een koksmuts op en een lepel in hun schort. Zelf zette hij ook een koksmuts op, behalve dat hij in plaats van een lepel een pen achter zijn oor legde. Om 17.00 uur werden de gerechten en het vers gecomponeerde muziekstuk in overdekte gerechten op tafel gelegd. Zijn vrienden repeteerden het stuk dezelfde avond in de muzieksalon van Mendelssohn en ze waren net zo opgetogen over de muziek als Mendelssohn met het diner.

 

 

Saint-Saëns – Romance voor hoorn en orkest Opus 36 in F
Solist: Richard van Hoorn, hoorn

Richard schreef zelf de volgende toelichting:
De Romance voor hoorn en orkest Opus 36 is een meesterwerkje van melodieënmaker Camille Saint-Saëns (1835-1921). Saint-Saëns schreef muziek die mooi moest klinken en ontroeren en nimmer ingewikkeld moest zijn. Het prachtige thema wordt in deze korte romance volledig uitgebuit, het begeleidend orkest speelt bescheiden op de achtergrond. Deze Romance is oorspronkelijk geschreven voor hoorn en piano en als werk voor hoorn en orkest minder bekend maar naar mijn idee veel rijker aan kleur. De beroemde hoornconcerten van Mozart, Haydn en Strauss zijn voor hoorn en orkest bij het publiek bekend. Ik vind het leuk om dit minder bekende stuk eens in de concertzaal te laten horen.

Ik heb het werk gekozen na overleg met mijn docent Peter Steinmann. De Romance vraagt geen virtuositeit voor de hoornist, maar louter klankkleur en schoonheid. Dat is overigens maar goed ook want solo spelen op dit lastige instrument is al uitdagend genoeg.

Rossini – Ouverture Barbier van Sevilla
Als klap op de vuurpijl eindigt dit Kleintje Klassiek met de Ouverture die in de operatheaters het meest wordt opgevoerd: de Barbier van Sevilla van Rossini. Een opera waarmee Gioacchino Rossini op 24-jarige leeftijd direct naam maakte.
Hij was in zijn tijd misschien wel beroemder dan zijn tijdgenoot Beethoven. In ieder geval overtrof hij met zijn opera’s de publieke belangstelling boven die van Beethoven. Toen hij zevenendertig jaar was, had hij al achtendertig opera’s op zijn naam staan. Rossini verdiende een fortuin met zijn klassieke hits en het publiek genoot van de makkelijk meezingbare melodieën in zijn komische opera De barbier van Sevilla.