Programma April 2018: Dvořák & Dvořák, twee prachtige romantische werken van Antonin Dvořák:

5e Symfonie (1875) 
Celloconcert in b opus 104 (1895) met als solist Jeroen den Herder.

Data en kaartjes:
zaterdag 21 april, 20.15 uur, de Duif, Amsterdam
zondag 22 april, 15.00 uur, MCO, Hilversum

5e Symfonie
Het is verbazingwekkend dat zijn 5e Symfonie zo onbekend is, want juist in deze symfonie komt voor het eerst zijn vakmanschap tot een hoogtepunt in een heel eigen en gedurfde stijl die hem toen en ook nu nog zo geliefd maakt. In de tijd dat hij deze symfonie op zijn 33e schreef, had hij zijn baan als violist in het operaorkest van Praag al opgegeven en was hij werkzaam als organist in de kerk van St. Adalbert, zodat hij meer tijd kon spenderen aan het componeren. Dankzij een stipendium van 450 gulden vanuit Wenen kon hij rondkomen, alhoewel hij zich nog geen eigen piano kon veroorloven. In een ongelooflijk tempo realiseerde hij vele composities: veel kamermuziek en binnen vijf weken had hij de 5e symfonie voltooid. Hij moest echter nog vier jaar wachten voor de symfonie werd uitgevoerd en twaalf jaar voordat de muziek werd uitgegeven. Het duurde nog een tijd voor hij jaarlijks een stipendium kreeg, dankzij Brahms die in het comité zat. De laatste stelde hem ook voor aan de uitgever Simrock, die later verantwoordelijk werd voor bijna al zijn muziekuitgaves.

74d293b13d5e5e41ef99e8c48ecb03b0De symfonie is evenals zijn 6e symfonie heel pastoraal van stijl en alle orkestinstrumenten hebben een interessante en gevarieerde partij toebedeeld gekregen. Zoals bij veel van Dvořák’s werken trekt de opening van de symfonie ogenblikkelijk de aandacht: boven de zachte strijkersklanken hoor je de klarinet het thema introduceren. Het thema wordt later op luchtige wijze door de andere instrumenten herhaald en je hoort in deze symfonie het resultaat van de ervaringen die hij met zijn vier eerdere symfonieën heeft opgedaan.Het laatste deel, de Finale, trekt de aandacht in de quasi barokstijl die al snel de basis van een vrolijke, expressieve mars wordt met humorvolle passages in de blazers. Het eindigt tenslotte in de geest van het eerste deel: elegant, transparant en opgewekt.

De hele symfonie duurt zo’n 40 minuten en bestaat uit vier delen:

I. Allegro ma non troppo (in F major)
II. Andante con moto (in A minor)
III. Andante con moto, quasi l’istesso tempo — Allegro scherzando (scherzo in B♭ major, trio in D♭ major)
IV. Finale: Allegro molto (in F major)

Solist Jeroen den Herder

Na zijn studie cum laude te hebben voltooid bij Maria Hol, Dmitri Ferschtman en Christopher Bunting in Londen, was Jeroen gedurende bijna tien jaar eerste aanvoerder bij het Cello Octet Amsterdam, gevolgd vanaf 1999 door een functie als vaste cellist bij het in hedendaagse muziek gespecialiseerde Nieuw Ensemble.
Voordien won hij verscheidene prijzen, waaronder de eerste prijs op het Nationale Postbank Sweelinck Concours en de Vriendenkrans van de Vereniging Vrienden van het Koninklijk Concertgebouw en Concertgebouw Orkest.
Hij trad in meer dan 25 landen solistisch of in kamermuziekverband op met musici als Janine Jansen, Isabelle van Keulen en Anner Bijlsma. Jeroen geeft regelmatig masterclasses in Wit- Rusland, Israël en Duitsland, Italie en Taiwan.
Als artistiek leider geeft hij invulling aan het tweejaarlijks terugkerende Cellofestival in Zutphen, en is momenteel verbonden als hoofdvakdocent aan de conservatoria van Amsterdam en Rotterdam.
Hij speelt sinds maart 2005 bij het Ruysdael Kwartet.
Momenteel bespeelt Jeroen een in 2008 gebouwde cello van Annelies Steinhauer.

Celloconcert in b-mineur, opus 104
Het celloconcert is het laatste soloconcert van Antonin Dvořák. Dvořák heeft de vraag om een celloconcert te componeren lange tijd afgeslagen met als “reden” dat “de cello weliswaar een fijn orkestinstrument is, maar totaal incapabel als instrument voor een soloconcert”. Volgens Josef Michl was Dvořák gek op het middenregister maar “klaagde hij over de nasale klank in het hoge register van de cello en de mompelende klank in het lage register”. Dvořák was zelf misschien nog wel de meest verraste over zijn eigen keuze om later alsnog een celloconcert te schrijven. Toen Dvořák het werk op de piano aan Brahms voorspeelde, sprak deze: als ik geweten had dat er zo’n cello-concert mogelijk was, had ik er zelf ook één geschreven!

Het celloconcert is een helden-epos, niet minder dramatisch dan een opera van Verdi. De opkomst van de cellist is om nooit te vergeten, vooral na de ongelooflijke inleiding. In het midden van het langzame 2e deel blijft de cellist alleen over; een bekentenis die leidt naar het meest kwetsbare moment in de compositie: de tijd staat stil en ieder voelt zich aangesproken op de meest wezenlijke vragen. In het derde deel citeert hij een lied dat hij jaren eerder gecomponeerd had voor zijn jeugdvriendin en schoonzuster; ze was ernstig ziek en ze stierf voordat Dvořák, die in New York verbleef, afscheid van haar had kunnen nemen. Na dit droevige nieuws herschreef hij het slotdeel: tegen het einde speelt een soloviool nog eenmaal dat lied, als vaarwel.
Dvořák schreef dit concert in New York, waar hij directeur was van het Nationaal Conservatorium.

Het celloconcert bestaat uit drie delen:
1. Allegro (b-mineur → B-majeur, ca. 14 minuten)
2. Adagio, ma non troppo (G majeur, ca. 11 minuten)
3. Finale: Allegro Moderato-andante-allegro vivo (b-mineur → B-majeur, ca. 11 minuten)
Het stuk heeft een totale duur van circa 36 minuten.