74d293b13d5e5e41ef99e8c48ecb03b0Op zaterdag 21 april om 20.15 uur in De Duif en zondag 22 april om 15.00 uur in het MCO spelen we twee werken van Antonin Dvorak:

5e Symfonie (1875) 

Celloconcert in b opus 104 (1895) met als solist Jeroen den Herder.

5e Symfonie
Het is verbazingwekkend dat zijn 5e Symfonie zo onbekend is, want juist in deze symfonie komt voor het eerst zijn vakmanschap tot een hoogtepunt in een heel eigen en gedurfde stijl die hem toen en ook nu nog zo geliefd maakt. In de tijd dat hij deze symfonie op zijn 33e schreef, had hij zijn baan als violist in het operaorkest van Praag al opgegeven en was hij werkzaam als organist in de kerk van St. Adalbert, zodat hij meer tijd kon spenderen aan het componeren. Dankzij een stipendium van 450 gulden vanuit Wenen kon hij rondkomen, alhoewel hij zich nog geen eigen piano kon veroorloven. In een ongelooflijk tempo realiseerde hij vele composities: veel kamermuziek en binnen vijf weken had hij de 5e symfonie voltooid. Hij moest echter nog vier jaar wachten voor de symfonie werd uitgevoerd en twaalf jaar voordat de muziek werd uitgegeven. Het duurde nog een tijd voor hij jaarlijks een stipendium kreeg, dankzij Brahms die in het comité zat. De laatste stelde hem ook voor aan de uitgever Simrock, die later verantwoordelijk werd voor bijna al zijn muziekuitgaves.

De symfonie is evenals zijn 6e symfonie heel pastoraal van stijl en alle orkestinstrumenten hebben een interessante en gevarieerde partij toebedeeld gekregen. Zoals bij veel van Dvorak’s werken trekt de opening van de symfonie ogenblikkelijk de aandacht: boven de zachte strijkersklanken hoor je de klarinet het thema introduceren. Het thema wordt later op luchtige wijze door de andere instrumenten herhaald en je hoort in deze symfonie het resultaat van de ervaringen die hij met zijn vier eerdere symfonieën heeft opgedaan.Het laatste deel, de Finale, trekt de aandacht in de quasi barokstijl die al snel de basis van een vrolijke, expressieve mars wordt met humorvolle passages in de blazers. Het eindigt tenslotte in de geest van het eerste deel: elegant, transparant en opgewekt.

De hele symfonie duurt zo’n 40 minuten en bestaat uit vier delen:

I. Allegro ma non troppo (in F major)
II. Andante con moto (in A minor)
III. Andante con moto, quasi l’istesso tempo — Allegro scherzando (scherzo in B♭ major, trio in D♭ major)
IV. Finale: Allegro molto (in F major)

Jeroen den Herder

 

Solist Jeroen den Herder is als hoofdvakdocent cello verbonden aan de conservatoria van Amsterdam en Rotterdam. Hij studeerde cum laude af bij Maria Hol, Dmitri Ferschtman en Christopher Bunting. In 1992 won hij het Nationale Postbank Sweelinck Concours en werd in datzelfde jaar onderscheiden met de Zilveren Vriendenkrans van de Vereniging Vrienden van het Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest. Samen met violiste Janine Jansen en Folke Nauta vormde hij het Rembrandt Trio. Tien jaar lang was hij aanvoerder van het Cello Octet Conjunto Ibérico. Momenteel vormt hij samen met zijn oud-medestudenten Joris van Rijn, Emi Ohi Resnick en Gijs Kramers het Ruysdael Kwartet.
Den Herder is initiatiefnemer van het tweejaarlijkse Internationaal Cellofestival Zutphen. Tot zijn studenten behoort onder anderen zijn jongere zus Maartje-Maria den Herder. Meer info over Jeroen is te vinden op deze website.

Het Celloconcert in b-mineur, opus 104 is het laatste soloconcert van Antonin Dvořák. Hij schreef het werk in 1894 en 1895 na lang aandringen van een bevriend cellist Hanuš Wihan aan wie hij het werk opdroeg. Dvořák heeft de vraag om een celloconcert te componeren lange tijd afgeslagen met als “reden” dat “de cello weliswaar een fijn orkestinstrument is, maar totaal incapabel als instrument voor een soloconcert”. Volgens Josef Michl was Dvořák gek op het middenregister maar “klaagde hij over de nasale klank in het hoge register van de cello en de mompelende klank in het lage register”. Dvořák was misschien nog wel de meest verraste over zijn eigen keuze om later alsnog een celloconcert te schrijven.
Dvořák schreef het concert te New York in zijn derde termijn als directeur van het Nationaal Conservatorium.

Het celloconcert bestaat uit drie delen:
1. Allegro (b-mineur → B-majeur, ca. 14 minuten)
2. Adagio, ma non troppo (G majeur, ca. 11 minuten)
3. Finale: Allegro Moderato-andante-allegro vivo (b-mineur → B-majeur, ca. 11 minuten)
Het stuk heeft een totale duur van circa 36 minuten.