tanja1-nako

In november 2016 speelde het NaKo het fagotconcert van Rossini. Reden genoeg om met één van onze fagottisten te praten over de fagot: voor veel mensen een redelijk onbekend instrument. Hoe bespeel je het, vanaf welke leeftijd is het mogelijk, welke muziek is ervoor geschreven, wat is de rol van de fagot binnen het orkest?

Dit en veel meer kun je lezen in dit interview met Tanja van de Ketterij, sinds 1993 fagottist in het NaKo.

Je bent een van de twee fagottisten in het Naardens Kamerorkest. Hoe lang al?
Sinds 1993 al! Ik heb Vincent de Kort nog meegemaakt. Ik woonde net in Hilversum en hoorde van de hoornist Maarten te Boekhorst dat ze een fagottist zochten.

Nooit spijt gehad?
Nee, zeker niet. Ik zie het als mijn wekelijks trainingsrondje om aan de gang te blijven. Want je moet zorgen dat je riet regelmatig gebruikt wordt en op orde is.

Hoe bedoel je?
Een riet vergt veel aandacht. Eigenlijk ben je er altijd wel mee bezig. Zoals de strijkers de posities in hun vingers moeten krijgen zo moeten wij, houtblazers, ons riet regelmatig bespelen. Want een riet droogt uit en gaat kapot als je er een tijdje niet op speelt. Bovendien moet een riet altijd worden ingespeeld.

Is het niet lastig om door zijn klein smal riet te blazen?
Ja, maar niet zo moeilijk als bij zijn kleine broertje, de hobo. Daar is de opening van het riet smaller, dus moet je harder persen om er lucht door te krijgen. Bij fagot is dat makkelijker.
Als je begint met fagot spelen – ik denk dat het met hobo ook zo is – dan voelt het net alsof je lippen tintelen. Je had vroeger wel sigarenblaadjes met cellofaan en als je daar je mond tegen aan hield en erop blies, dan voelde je de trilling tot achterop je hoofd. Dat kriebelende gevoel heb je dus ook bij hobo en fagot in het begin.

Vroeger maakte mijn leraar mijn rieten, maar tegenwoordig koop ik ze via internet. Rieten zijn allemaal verschillend. Het ene riet spreekt beter aan dan het andere. Gemiddeld doe je drie maanden met één riet, als het niet al te slecht is.
Je hebt nu zelfs rieten van plastic – dat is het nog niet helemaal – maar als reserve riet, is het wel een uitkomst.

Waarom heb je voor de fagot gekozen?
Stom toeval: ik speelde blokfluit en had les op de Doornse muziekschool van een fagottist van het Radio Kamerorkest. Die deed de blokfluit erbij omdat hij heel weinig fagotleerlingen had. En toen ik geen zin meer had in de blokfluit, wilde ik graag dwarsfluit spelen. Maar mijn leraar zei: ‘oh, kind dat moet je niet doen, daar kan je het IJ mee dempen! Waarom ga je geen fagot spelen?’
Ik vond het eerlijk gezegd een heel stom instrument. Tijdens de groeps-blokfluitlessen pakte hij zijn fagot wel eens uit en speelde hij een deuntje mee: we vonden dat dan altijd maar een enorm geknor en lagen onder de tafel van het lachen.

Toch heeft hij je overgehaald?
Ja, ik dacht, ach, het is een instrument dat niet door veel mensen wordt gekozen, dus dat vond ik er wel bijzonder aan. En ik had ook wel het idee dat ik dan het echte werk ging doen, want met een blaasinstrument als de fagot heb je meer kans dat je in een orkest kan spelen en dan kan je toch wel de hele muziekliteratuur spelen.

Wat vind jij nu zo leuk aan de fagot?
Wat ik bijzonder vind aan de fagot is dat je allerlei rollen kunt spelen binnen het orkest. De ene keer speel je met de cello’s en de contrabassen mee, dan weer met de altviolen, soms heb je een solo, soms moet je met de andere blazers meespelen, dus eigenlijk is het een heel veelzijdige invulling binnen de orkestklank. Je slaat een brug tussen de verschillende groepen. De functie van de fagot te midden van de blazers is ook interessant. Alle houtblazers leunen – wat intonatie in akkoorden betreft – eigenlijk helemaal op de tweede fagot, want die heeft de laagste toon en van daar uit wordt het akkoord opgebouwd. Dus ze moeten goed luisteren naar de 2e fagot! Als de tweede 2e fagottist afwijkend intoneert, is het heel naar voor de hele groep houtblazers!

Toch hebben veel mensen geen idee wat een fagot is en hoe hij eruit ziet.
Tja, ik zeg altijd: het is het grootste instrument dat je bij de houtblazers ziet zitten met een zilveren pijpje eraan waar een bocht in zit.

Vanaf welke leeftijd kan je ermee beginnen?
Vroeger moest je toch wel 12, 13 jaar zijn, maar tegenwoordig zijn er wel fagotten voor kleinere handen en ook kinderfagotjes (fagottino’s). Die zijn dan ook minder zwaar, want mijn fagot weegt 5 kilo, dat is redelijk zwaar om te torsen.

Welk bereik heeft de fagot?
De ligging is gelijk aan die van de cello, althans in de diepte, en omvat drie en een half octaaf . Maar op de cello kan je met behulp van duimposities natuurlijk veel hoger komen.

Is er veel kamermuziek voor de fagot?
Nee, dat is veel beperkter dan bijvoorbeeld voor strijkers. Ik heb wel veel blaaskwintet gespeeld en ik speel momenteel ook ‘alle’ klassieke septetten en octetten die er zijn. Ook speel ik graag muziek van Bach, die echt prachtige partijen voor de fagot heeft geschreven in zijn cantates en oratoria. Ik ben zelfs ook met barokfagot begonnen! En heb ook les. Dus als je nog een ensemble weet….

En hoe staat het met de hoeveelheid solomuziek voor fagot?
Er is behoorlijk wat te vinden, alleen vind ik de kwaliteit niet altijd even goed: veel zgn. B-componisten zeg ik dan oneerbiedig. De mooiste solomuziek voor fagot is misschien wel te vinden in de grote orkestwerken zoals bijvoorbeeld in de 9e symfonie van Sjostakovitsj of de opening van Stravinsky’s Sacre du Printemps. En luister eens naar de opera’s en pianoconcerten van Mozart!

Als blazer zit je redelijk achter in het orkest. Is dat voor het contact met de dirigent niet lastig?
Ja, ik heb vroeger in het Amersfoorts jeugdorkest met dirigent Qui van Woerdekom gespeeld en die zei altijd: ‘je moet klinken op de slag’. Dat is de truc. Dus je moet ietsje anticiperen als houtblazer. Als de hand van de dirigent beneden is, moet je er al zijn, anders lig je achter. Want je hebt toch die afstand te overbruggen.

Binnenkort spelen we het fagotconcert van Rossini en jij hebt tijdens de repetitie ‘even’ de solopartij ingevuld. Volgens insiders ging dat erg goed! Waarom heb je er niet je beroep van gemaakt?
Omdat ik dacht dat het een moeilijk leven zou zijn. Ik heb er wel eens over gedacht hoor, maar in het begin had ik geen referentiekader, want ik was al 15 jaar toen ik begon met de fagot.
Ik wist niet of ik wel goed genoeg was.  Als ik beroeps was geworden dan was de kans groot dat ik tweede fagottist was geworden of docent. Met verschillende studentenorkesten en amateurorkesten heb ik vaak eerste partijen mogen spelen en dat is natuurlijk heel leuk.
De enige concessie die je als amateur moet maken, is dat je een minder mooi instrument hebt, een minder mooie toon, minder goede rieten enz., maar je komt toch een heel eind als je studeert. En als ik geen zin heb, kan ik gewoon nee zeggen.

Wat doe je in het dagelijks leven, nu je geen beroeps fagottist bent geworden?
Ik ben projectleider in de ICT: iets heel anders dus.

Speel je nog andere instrumenten?
Ja, ik speel ook viola da gamba. Omdat ik wilde weten hoe strijken werkt, maar ik wilde niet iets gaan doen waarmee ik in conflict kwam met mijn orkestpraktijk. Veel mensen gaan in zo’n situatie altviool spelen. Omdat er daar ook relatief weinig van zijn, wordt je steeds gevraagd om altviool te spelen en dan gaat het helemaal mis met mijn fagotspel.
Gamba spelen is natuurlijk net zo moeilijk als elk ander strijkinstrument, maar als je noten kunt lezen, kan je al snel eenvoudige baspartijen meespelen. Ik speel nu in een consort, met vier en soms wel acht gambisten. Via les heb ik die allemaal leren kennen. Heel leuk!

Wat heb je nog voor wensen om met het NaKo te spelen?
Als solo-instrument vind ik de viool erg mooi! Dat vioolconcert van Saint Saëns met Joris van Rijn vond ik heel inspirerend! Net zoals het altvioolconcert van Bartok met Francien Schatborn. En ik zou ook nog wel eens graag het harpconcert van de Zuidamerikaanse componist Ginastera willen spelen.
Het modernere repertoire spreekt mij zeer aan. Alhoewel dat natuurlijk ook weer financiële consequenties heeft i.v.m. met de rechten en het inhuren van meer musici. Wellicht een keer via crowdfunding? Vaak is moderne muziek ook ritmisch moeilijker en dat zijn we in ons orkest niet zo gewend, dus dat zou wel heel leerzaam zijn.
En verder wens ik dat het NaKo nog heel lang bestaat!

Interviewer: Loes Helsloot

Deel dit bericht!