hoornsSinds twee jaar orkestlid en in die korte tijd niet meer weg te denken uit ons orkest. Niet alleen vanwege zijn spel, maar ook vanwege zijn bestuurswerkzaamheden. Maak kennis met hoornist Richard van Hoorn in onderstaand interview!

Je speelt nu bijna twee jaar hoorn in ons orkest. Hoe ben je bij ons terecht gekomen?
Via Elisabeth Bosch, een hoorniste die vaak heeft meegespeeld met het NaKo. We speelden samen bij het UMA (Utrechtse Muziek Academie). Na een stop van bijna twintig jaar ben ik daar vijf jaar geleden weer begonnen met hoornspelen. Daarvoor had ik het te druk met werk en andere dingen, o.a. in de avonduren een studie bedrijfseconomie.

Waar heb je gespeeld voordat je de hoorn twintig jaar lang in de wilgen hing?
Vanaf mijn 15e In de harmonie, zoals zoveel blazers uit Brabant. Ik kom uit een familie waarin niemand een instrument bespeelde. Iedereen had andere hobby’s, vooral sport. Maar daar was ik niet zo goed in. Op een dag ging ik met school naar een concert van het Brabants Orkest en daar raakte ik helemaal in de ban van muziek. Vanaf dat moment wilde ik alleen maar muziek maken. Toen heb ik me aangemeld bij de plaatselijke harmonie, ook al omdat je dan een gratis instrument kreeg. Ik kreeg eerst les van de postbode, die trompet speelde en dat was achteraf gezien niet zo goed. Een professionele docent leert je betere basistechniek. Later heb ik kort les gehad in Eindhoven, maar eigenlijk zou je mij een autodidact kunnen noemen.

Heb je ooit overwogen er je beroep van te maken?
Vanaf mijn achttiende tot mijn twintigste heb ik me serieus voorbereid om naar het conservatorium te gaan. Ik speelde toen in de Philips Orkest Vereniging en daar zaten ook conservatorium studenten in. Daar kreeg ik in de gaten dat je wel heel erg goed moet zijn om een baan te krijgen in een beroepsorkest. Dat deed me besluiten om ervan af te zien en als je nu kijkt naar de bezuinigingen in de cultuur, het opheffen van orkesten, vele musici die zich nu alsnog moeten omscholen of werkeloos zijn, dan prijs ik me gelukkig dat ik een amateur-musicus ben.
Sinds kort heb ik les van Peter Steinmann. Dat gaat er heel streng en serieus aan toe, maar ook wel heel leerzaam!

Wat betekent serieus les krijgen?
Terug naar de basis: ademhaling controleren, geen snelle loopjes of trucjes toepassen, heel degelijk en perfect een toon goed aanzetten, strak noten spelen en het spelen combineren met zingen. Dus eerst een toon die je in je hoofd hebt, zingen en daarna spelen. Goed luisteren wat er om je heen gebeurt in het orkest en daar goed op intoneren. Met die dingen ben ik nu heel veel bezig.

Je hebt een eigen bedrijf, heb je wel tijd om hoorn te studeren?
Sinds vier maanden werk ik als business analist bij een retailer, dus een eigen bedrijf heb ik niet meer, hard werken doe ik wel, maar ik maak gewoon tijd voor muziek. Ik woon in een appartement en ik studeer met een demper in de hoorn, zodat de buren er geen last van hebben. Ik combineer het vaak met het journaal kijken of iets dergelijks, omdat hoorn studeren vooral conditietraining is: veel lange noten en toonladders spelen. Wij hoeven eigenlijk geen loopjes of snelle passages in orkestpartijen te studeren, zoals strijkers. We moeten vooral zorgen dat onze lippen en spieren in conditie zijn.

Ja, ik hoor wel eens de term embouchure. Wat is dat precies?
De conditie van je spieren rondom je lippen. Als je je spieren een tijdje niet gebruikt, worden ze slap. Dat betekent dat je, als je goed hoorn wilt spelen, elke dag een uur lang je embouchure moet oefenen.

Kan je dat ook alleen met het mondstuk doen, zonder de rest van de hoorn?
Ja, je kunt het (en nu verklap ik wel het geheim van de hoornspeler) gewoon in de auto oefenen, met alleen het mondstuk.

Wat betekent de term ‘kiksen’?
Kiksen betekent een andere toon produceren, dan je bedoeld had. Eigenlijk is het geen goede controle over de spanning van je lippen, zodat een noot net iets hoger of lager uitpakt: vals dus.

Wat is de functie van de drie ventielen?
Een hoorn kan je vergelijken met een lange tuinslang. Het is een hele lange buis, waarin – als je erop blaast – de lucht gaat trillen. Door de spanning in je lippen te veranderen, gaat de lucht sneller of langzamer trillen en krijg je andere noten. Je kan zo een hele reeks van natuurtonen, bijvoorbeeld de C of G spelen en dan een hele reeks van noten daarbovenop tot zo’n drie en een half octaaf. Met de drie ventielen kan je de buis wat korter of langer maken en zo kan je een andere reeks van natuurtonen aanspreken.

Maar hoe leer ik dat?
Als je de eerste keer hoorn gaat spelen, dan doe je maar wat. Je blaast erin en er komt een toon uit, maakt niet uit welke. Dan moet je die toon kunnen onthouden, die moet je kunnen horen voordat je ‘m speelt. En dan herinneren de spieren rond je mond (na veel oefenen) vanzelf met welke spanning die toon tot klinken is gebracht. Op die manier onthoudt je geheugen met welke lipspanning de tonen gemaakt kunnen worden. En dat geheugen moet je dagelijks blijven oefenen. Als je in het orkest een toon inzet, moet je ‘m eigenlijk van te voren in je hoofd horen, zodat het geheugen van de lipspanning voorgeprogrammeerd wordt. Als je de toon niet van tevoren kunt horen, kun je ‘m niet spelen.

Ik ben een strijker, jij bent een blazer. Hoe komt het toch dat blazers en strijkers zo verschillen?
Als je blazer bent, ben je meer solo speler. Je wordt heel vaak direct aangesproken door de dirigent en daar moet je tegen kunnen. Je kunt je niet verschuilen achter een ander. Elke noot die je speelt is uniek, je moet misschien iets meer lef hebben. Dat zal ook wel met persoonlijkheden te maken hebben.

Wat was het mooiste moment in je muziekcarrière als hoornist?
De eerste paar maten van het Brahms Pianoconcert, dat we met het NaKo in 2014 hebben gespeeld. De hoorn speelt daarbij de eerste twee maten solo en dat was uitermate spannend! En wat ik ook heel erg mooi vond tijdens dat concert was ‘De Bloemenwals’ van Tsjaikovsky, waarin de hoorns een prachtig terugkerend thema spelen.

Er zijn natuurlijk ook momenten waaraan je nooit meer herinnerd wilt worden?
Ehm……..ja, het hoornspelen is een beetje risicovol, dus er zijn wel eens momenten dat je kikst, dat je de noten net niet raakt. Deze momenten vergeet ik liever, als hoornist moet je naast stalen lippen ook stalen zenuwen hebben, dan helpt het niet om lang te blijven denken over je missers.

Is er veel repertoire voor de hoorn?
Niet zoveel als het gaat om soloconcerten. Er zijn vier beroemde hoornconcerten van Mozart en twee beroemde hoornconcerten van Richard Strauss, Glière heeft een heel mooi hoornconcert geschreven. Maar wat bijzonder is om te melden is dat Jeppe Moulijn, onze dirigent, nu een solostuk heeft geschreven voor hoorn, wat gebruikt gaat worden bij de internationale hoorncompetitie in april 2017 in het Muziekcentrum van de Omroep in Hilversum. Die competitie wordt georganiseerd door het Nederlands Hoornisten Genootschap (NHG), waarbij ik ook ben betrokken.

Wat is jouw rol in het NHG?
Ik ben daar sinds kort als penningmeester in het bestuur toegetreden en ik ben ontzettend blij dat Jeppe dat stuk voor hoorn heeft gecomponeerd. Het is echt een uitdaging om te spelen. Ik heb het stiekem al gestudeerd, maar ik heb me niet aangemeld voor de competitie. Die is alleen voor beroepsmusici.
Mijn ambities zijn vooral, behalve hoornspelen in het NaKo, me inzetten voor dit genootschap, omdat het heel belangrijk is om de hoorn goed op de kaart te zetten. Ik hoop dat vooral veel kinderen enthousiast worden om hoorn te gaan spelen. Verder is het een taak van het NHG om informatie uit te wisselen over alles wat met de hoorn heeft te maken. Daar hebben we een mooi blad voor: ‘ De Uilenspiegel’. En we hopen dat we zo ook componisten aantrekken, die muziek voor de hoorn gaan schrijven. Verder zijn er samenspeeldagen, waar bekende hoornisten workshops geven. Kort geleden gaf Sarah Williams er les en ook is er een agenda met alle uitvoeringen waarin de hoorn centraal staat. Er zijn zo’n 600 leden, bestaande uit gevorderde amateurs en beroeps hoornisten.

Even terug naar het NaKo. Wat was je eerste indruk van het orkest?
Vanaf de allereerste repetitie voelde het meteen als een warm bad. En wat ik ook nooit eerder had meegemaakt waren de heerlijkheden tijdens het repetitieweekend: bij de ingang stond een waaier van zelfgemaakte taarten, quiches en koekjes. En dat was nog vóór ‘Holland bakt’..…
Iedereen stond gezellig met elkaar te praten en ik werd er meteen bij betrokken. Behalve dat het een goed orkest is, waar op hoog niveau wordt gespeeld, is het een ook een gezelligheidsclub waar je je meteen thuis voelt.

Heb je nog wensen voor een volgend concert van het NaKo?
Ik zou graag Shostakovich, Mahler of Bruckner willen spelen, maar de bezetting daarvan komt niet echt overeen met die van het NaKo. Desondanks ben ik heel gelukkig met de programmering van het laatste concert met de Schotse Symfonie van Mendelssohn. Daarin zit in het 4e deel een uitdagende hoornpartij, waarbij ik speciaal op een discanthoorn speel (deze hoorn bestaat uit een middenregister Bes-hoorn en een hoge F-hoorn, terwijl de gewone hoorn uit een middenregister Bes-hoorn en een lage F-hoorn bestaat). Eigenlijk is het een soort trompet die erin is gebouwd. Op deze manier kun je hoorn spelen in het register van een trompet.

Je zit inmiddels nu een jaar in het bestuur van het NaKo. Wat is jouw taak?
PR en publiciteit. Maar dat doe ik niet alleen, er zijn ook anderen uit het orkest die zich daar volop voor inzetten. We proberen zoveel mogelijk moderne middelen in te zetten en ons publiek op een eigentijdse manier te bereiken: via Facebook en sinds kort ook een maandelijkse nieuwsbrief. En we hebben een nieuwe website, waarop veel concerten en filmpjes staan en regelmatig een interview met een van de orkestleden. Zo hopen we ook dat er zich nieuwe leden aanmelden, omdat we graag het orkest willen blijven vernieuwen.

Interview: Loes Helsloot

Deel dit bericht!